Onze hormonen slaan op hol

 

IQ-verlies, autisme, kanker: hormoonverstoorders worden gelinkt aan een groeiende lijst van chronische aandoeningen. Wetenschappers luiden inmiddels de noodklok en spreken van een “globaal gevaar”. Maar is blootstelling wel te vermijden? ‘Er is weinig ruimte om te manoeuvreren’.

Een kanarie in de kolenmijn. Zo zou je de wulk, een zeeslak die tot eind vorige eeuw een anoniem bestaan leidde in de Noordzee, wellicht wel kunnen noemen. In de jaren ’90 ontdekte de Nederlandse wetenschapster Cato ten Hallers-Tjabbes iets opmerkelijks aan dit zeediertje. In de buurt van drukke vaarroutes in de Noordzee trof ze wulken aan met zowel vrouwelijke als mannelijke geslachtsorganen; hermafrodiete wulken met eierstokken en met penis.

bron: WHO-rapport

De wulk (Buccinum Undatum) met typische kenmerken van imposex (zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken) veroorzaakt door blootstelling aan tributyltin.

De geslachtsverandering van de wulk die de biologe waarnam, bleek terug te herleiden tot blootstelling aan de chemische stof tributyltin (tbt). Tbt werd tot dan toe in de scheepvaart gebruikt om de aangroei van mosselen en zeepokken op scheepsrompen tegen te gaan, maar het goedje leidde dus ook tot wat heet “imposex” bij deze slak. Vanwege de bredere milieugevaren van tbt werd de stof in 2003 wereldwijd verboden in de scheepvaart.

Risico volksgezondheid

Het verhaal van tributyltin toont de potentie die sommige chemicaliën hebben om de hormoonhuishouding van een organisme te verstoren. Tbt is niet de enige stof die dat kan. Inmiddels hebben wetenschappers meer dan 800 chemicaliën aangemerkt als hormoonverstoorder, ook wel endocrine disrupting chemicals (EDC’s) genoemd. Het zijn stoffen die lichaamseigen hormonen imiteren, en daarom al bij de kleinste dosering effect kunnen hebben.

800 chemicaliën zijn hormoonverstorend

Dat blijkt niet alleen een loerend gevaar voor de wulk. De afgelopen twintig jaar zijn wetenschappers zich in toenemende mate zorgen gaan maken om de mens. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) spreekt inmiddels van een ‘globaal gevaar’, en brengt hormoonverstoorders in verband met een toename in kanker, diabetes, obesitas, onvruchtbaarheid, penismisvorming, maar ook verlaagd IQ en autisme.

Ziektelast Europa

Dat we te maken hebben met een groot probleem werd in maart van dit jaar nog eens duidelijk met de publicatie van een omvangrijke studie in de Endocrine Society’s Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism. Het onderzoek, waar 18 van ‘s werelds meest eminente experten op het gebied van hormoonverstoorders aan deelnamen,  concludeert dat blootstelling aan hormoonverstoorders alleen al in Europa leidt tot 157 tot 270 miljard euro aan extra zorgkosten elk jaar. Om de orde van grootte te schetsen: het gaat om maar liefst 1,23 procent van het gehele BNP op het Europese continent.

Welke specifieke hormoonverstoorders zorgen voor deze explosie van zorgkosten in Europa?  Wetenschappers weten het nog niet altijd precies. Toch komen er steeds meer antwoorden.

Blootstelling baby’s

Greet Schoeters is professor biomedische wetenschap aan de Universiteit van Antwerpen, en betrokken bij het Humaan Biomonitoringsprogramma van de Vlaamse Overheid. Zij onderzoekt het bloed en de urine van 650 mensen verspreid over de Vlaamse provincies op chemische stoffen, waaronder hormoonverstoorders. Schoeters treft bij elke leeftijdsgroep verschillende concentraties hormoonverstoorders aan: vlamvertragers, bisfenol A, ftalaten (weekmakers) en parabenen. ‘Wij kijken naar drie leeftijdsgroepen’, licht ze toe. ‘Pasgeboren baby’s, jongeren en volwassen. Bij alle drie die groepen zien we deze stoffen.’

© Jago Kosolosky

Conservenblikken zijn een bekende bron van blootstelling aan BPA

‘Bij elke Belg vinden we vlamvertragers’

Schoeters maakt zich zorgen om de blootstelling. Net als andere wetenschappers met name om blootstelling bij het ongeboren kind. ‘De nauwe afstelling van het organisme gebeurt in de baarmoeder’, zegt ze. ‘Als daar een chemische stof mee intervenieert, kan dat tot problemen in het latere leven leiden. De evidentie is steeds groter dat de hormoonverstoorders die we in de bevolking vinden het risico op astma, allergieën en overgewicht in het latere leven vergroten. Ook hebben we vrij duidelijke gegevens over hoe EDC’s leiden tot neurologische problemen; effecten op het IQ.’

Autisme

De zorgen van Schoeters komen terug in de studie van de expertengroep vorige maand gepubliceerd in de Endocrine Society’s Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism. De wetenschappers trekken een ‘waarschijnlijk causaal verband’ tussen blootstelling aan hormoonverstoorders en IQ-verlies en obesitas, maar ook met ADHD, diabetes en niet-ingedaalde teelballen bij jongetjes. Dat laatste geeft weer een verhoogde kans op teelbalkanker in het latere leven. Ook stellen de wetenschappers dat ‘5 procent’ van alle gevallen van autisme in Europa terug te herleiden zijn tot blootstelling aan hormoonverstoorders, een cijfer dat volgens één van de onderzoekers – professor Philippe Grandjean van Harvard University – nog een conservatieve schatting is.

Om causale verbanden te leggen maakten de wetenschappers gebruik van het `weigh of evidence`-model dat ook het VN Klimaatpanel (IPCC) gebruikt voor haar complexe klimaatberekeningen. Schoeters noemt deze aanpak van de experten “degelijk”.

Andreas Kortenkamp is professor toxicologie aan de Londense Brunel University, en coauteur van de studie. Hij legt uit waarom een dergelijke aanpak noodzakelijk was. ‘We hebben inmiddels veel bewijs hoe hormoonverstoorders in verband staan tot negatieve gezondheidseffecten’, zegt hij. ‘Het is afkomstig van goede cel- en dierstudies. Maar om evidente ethische redenen kunnen we geen onderzoek doen op mensen. Bij epidemiologisch onderzoek bestaat echter het probleem van menging. Mensen worden blootgesteld aan een grote hoeveelheid, voor ons vaak onbekende chemicaliën. Een direct verband tussen blootstelling en schadelijk effect is daarom moeilijk. Er zijn waarschuwingssignalen, maar we hebben alleen bij sommige EDC’s bewijs van associatie.’

Zaadkwaliteit

Teelbalkanker verdubbelde in veertig jaar

Wat Kortenkamp bedoelt met “waarschuwingssignalen” komt, naast in de studie van de Endocrine Society, ook naar voren in een gezaghebbend rapport van de WHO en het VN-Milieuprogramma (UNEP) uit 2012. ‘De zaadkwaliteit van 20 tot 40 procent van jonge mannen in meerdere Europese landen zit onder het vruchtbaarhaardeidsniveau’, concludeert het rapport. Dierstudies zouden hier de link tonen met hormoonverstoorders.

Andreas Kortenkamp (Brunel University, Londen)

Ook schetst het rapport, een samenvatting van alle wetenschappelijke inzichten op het vlak van hormoonverstoring, een sterke toename in hormoongerelateerde kankers. Teelbalkanker blijkt bijvoorbeeld in veertig jaar tijd te zijn verdubbeld.

Het rapport spreekt van “het topje van de ijsberg”. ‘Testmethoden (…) identificeren alleen een klein spectrum aan hormoonverstorende effecten. Dit doet de kans toenemen dat schadelijke effecten bij mensen en wildpopulaties over het hoofd worden gezien.’

Dat hormoonverstoorders in staat zouden zijn tot grote veranderingen onder het oppervlak illustreert een recente Schotse studie uit 2014, gepubliceerd in de International Journal of Occupational and Environmental Health. De onderzoekers beschrijven hoe in Schotse regio’s waar blootstelling aan hormoonverstoorders groter is opvallend meer meisjes worden geboren. Een Canadees onderzoek kwam al eerder al tot een zelfde verband. De Schotse wetenschappers vermoeden dat jongetjes als gevolg van blootstelling aan hormoonverstorende stoffen vaker overlijden in de baarmoeder.

Zwangerschap

Vanwege de groeiende zorg die wetenschappers hebben voor de gezondheid van het ongeboren kind besloot de Gezinsbond niet langer af te wachten, en aanstaande moeders te informeren over de risico’s van hormoonverstoorders. Ze kwam in februari met een brochure. De boodschap? Vrouwen kunnen tijdens de zwangerschap hormoonverstoorders het beste mijden.

‘Ik denk dat het wetenschappelijk onderzoek zo ver gevorderd is dat het bijna een plicht is geworden om mensen te waarschuwen’, zegt Daniëlle van Kalmthout van de Gezinsbond. ‘Naast roken en drinken zou je tijdens de zwangerschap ook hormoonverstoorders moeten mijden. In de brochure geven we daartoe praktische tips die heel toepasbaar zijn.’ De folder van de Gezinsbond adviseert zwangere vrouwen om biologisch te eten, cosmetica met parabenen te vermijden, tandpasta zonder triclosan te gebruiken en schoonmaakmiddelen met ecolabel te kopen.

Maar zouden die tips niet voor iedereen moeten gelden? Greet Schoeters: ‘Er is recent een studie gepubliceerd en daar heeft men gezien dat blootstelling aan weekmakers bij volwassenen in vrij zekere mate een verhoogd risico geeft op obesitas.’ Volgens Schoeters is het mogelijk ook voor andere ‘“kwetsbare groepen’” raadzaam hormoonverstoorders te mijden. ‘Bij het kwetsbare deel van de bevolking kan het wellicht ook effect hebben. Ouderen, maar ook pubers. De puberteit is mogelijk een gevoelig moment, al is de evidentie daarvan wetenschappelijk gezien nog niet zo groot als bij pasgeborenen.’

Ftalaten in het milieu

‘Langzaam lekken weekmakers in milieu weg’

Andreas Kortenkamp is pessimistisch over de mogelijkheden die de consument heeft om hormoonverstoorders te mijden. ‘Er is weinig ruimte om te manoeuvreren’, zegt hij. Kortenkamp noemt ftalaten. ‘De productie daarvan is gigantisch. Als we de jaarlijkse hoeveelheid op een trein zouden laden, dan strekt die zich uit van Noord- tot Zuid-Duitsland. Ze zitten in plastics, maar blijven daar niet in. Langzaam lekken ze weg in ons milieu en komen – met name via ons voedsel – weer bij ons terug.’

Toch blijkt Kortenkamp zelf wel biologisch te eten. Doet Kortenkamp dit vanwege zijn eigen wetenschappelijke inzichten? Ja. ‘Maar ook vanwege de smaak. Het smaakt gewoon lekkerder.’

Greet Schoeters gelooft dat consumenten meer kunnen doen. ‘Zonder blootstelling leven, dat gaat niet. Maar je kan wel keuzes maken tussen verschillende producten.’ Schoeters verwijst naar de brochure van de Gezinsbond waar volgens haar goede tips in staan. Schoeters denkt dat die adviezen voor iedereen – ook mensen die niet tot de “kwetsbare groepen” behoren – het overwegen waard zijn. ‘De wetenschap denkt niet dat alle hormoonverstorende stoffen schadelijk zijn’, zegt ze. ‘Maar misschien is het in het algemeen toch beter om geen chemicaliën in je systeem te hebben die je hormoonstelsel harder laten werken.’

This entry was posted in Gezondheid. Bookmark the permalink.